donderdag 20 januari 2011

Taimyr - "zepert"

20-01-2011: 't Is lekker druk in Blokhoven-Oost

Eigenlijk wilde ik een tijdje niet over ganzen schrijven, want het is best een verrassende ochtend geweest: Met een dame die dacht op de fiets haar hond uit te kunnen laten maar op de spiegelgladde Achterdijk ten val kwam; niks beschadigd, maar toch maar te voet naar huis. Met een ontmoeting met iemand van het Hoogheemraadschap die vertelde over het regelen van het peil van de fortgracht Honswijk. Met een Apache helikopter die een macht ganzen de lucht injoeg, waarvan de helft naar de Culemborgse kant ging en de andere helft gelukkig weer landde bij de spoorwegovergang Achterdijk. Met maar liefst 4 af te lezen kleurringen toch behoorlijk in mijn nopjes.  Maar ik had het best kunnen laten om daar iets over te zeggen en gewoon over de Grote zaagbekken in de fortgracht te schrijven.

20-01-2011: Vliegverkeer (de geringde vogel
is niet de Tamyr vogel)

Maar thuis, bij het invoeren van de ringcodes, werd het een heel ander verhaal. De eerste code die ik invoerde bleek van een Kolgans die nog maar één keer eerder was gezien. Op 27 juli 2008 in de Pyasina delta op Taimyr, Rusland door Gerard Muskens en Bart Ebbinge; bekende ganzenflapper resp. onderzoeker. Voor vogelaars met een interesse in noordelijke vogels is Taimyr een mythische oord. Het ligt 1000km ten Oosten van NovaZembla, 4500km vliegen vanaf Schiphol.  Die mythische status stamt waarschijnlijk nog uit de tijd, dat trekvogelonderzoekers door het ijzeren gordijn werden gestopt bij het achterna reizen van hun wetenschappelijke interesse. Uit contacten met Russische wetenschappers wist men wel, dat veel van onze ganzen naar Taimyr trokken om te broeden. Sinds Gorbatsjov gaan er nu met een zeker regelmaat Nederlandse onderzoekers op expeditie naar Taimyr. Vara's "Vroege vogels" besteedde er al eens aandacht aan". Zie ook: Pooljaar2008
Zelf had ik nog niet eerder zo de directe lijn tussen Taimyr en Blokhoven ervaren.  Dit is genieten geblazen; een vogel aan te treffen die aantoonbaar de afstand Blokhoven- Taimyr wist te overbruggen. Zo'n dier zou je met een diepe buiging moeten verwelkomen in de polder.

Locaties waarnemingen Kolgans 27-02-2008 (Pyasina delta, Taimyr) en op 21-01-2011 (Blokhoven-Oost Schalkwijk).

P.S.: 
Ik ga nog proberen te achterhalen waar de vogel werd geringd want dat vermeldt de database nog niet. En die zaagbekken komen nog wel een keer.

29-01-2011: Deceptie
Mijn vraag naar de ontbrekende ringlocatie van deze gans viel bij geese.org in de e-postbus samen met dezelfde vraag van een Hongaarse waarnemer die deze code 3 maal had afgelezen w.o. een dag voor mijn waarneming. De twijfel sloeg toe. Na een paar berichten heen-en-weer moesten we wel concluderen, dat ik een O voor een D had aangezien. Ter verschoning; deze afleesfout wordt vaker gemaakt, maar het is toch een beetje een deceptie. De gecorrigeerde code werd een dag later vlakbij door Siebe afgelezen.

dinsdag 18 januari 2011

Optimist

Gisteren was het Bleu Monday, die maandag midden in januari waarop mensen licht chagrijnig en neerslachtig worden. Ik moet bekennen, het was me aardig gelukt! Vandaag wachtte ik daarom maar de ergste stortbui af en hees me weer in volledig regenpak om met tegenwind naar het werk te fietsen. Ergens onderweg, onder oude grijze eikenbomen, kon ik het geluid niet langer ontkennen; de hoge tonen van een Zanglijster kwamen binnen, nu al, en met dit weer! De hele winter heeft hij, om zich in leven te houden, slakken onder de besneeuwde dode bladeren vandaan gepeuterd en die energiek stuk geslagen voor hij bij de inhoud kon komen. Maar hij heeft het lengen van dagen wel gemerkt. Het vogellijfje heeft zich langzaam met lente gevuld. Vandaag is het te veel geworden; het spatte eruit in ver dragende tonen. Zoveel optimisme in zo'n vogelschedeltje, dat gaat gewoonweg niet.

zaterdag 15 januari 2011

Vogels met een aureool

De wintervogeltelling Blokhoven doen we met acht man, in de wetenschap dat in de meeste Europese landen vandaag vogelaars buiten zijn om in een netwerk van telgebieden, dat over meren, moerassen, polders en plassen ligt, de aantallen vogels vogels te tellen en te registreren. Meer informatie HIER
Met Martin en Siebe doen we Oost. We stonden nog voor op het Overeind, toen het geluid van Wilde zwanen tot me doordrong. Een groepje van 5 vogels vloog statig over ons heen. Wilde zwanen maken het mooiste wintergeluid dat ik ken. Nog mooier dan het ritmisch gekras van schaatsen over een strakke stille ijsvloer klinkt de melancholische roep van deze schaarse wintergast. Je verlangt terug naar een winter die nooit is geweest. Even later trekt een tweede, nog iets grotere groep zoekend over; kippenvel. (In de digitale vogelgids van Vogelbescherming Nederland vind je een geluidsfragment. Klik HIER 

22-01-2011: Een week na de vogeltelling waren deze Wilde zwanen te zien juist buiten de Houtense rondweg, In de achtergrond boerderij Rijsbrug
22-10-2011; Zelfde locatie; de grijze vogel is een jong dat in 2010 uit het ei kroop.

Om beter zicht op een groep ganzen achter een boomgard aan de Pothuizerweg te krijgen maken we met instemming van de bewoner, een insteekje naar een achtererf. Martin ontdekt een Slechtvalk boven de modderige maïsstoppel. De vogel vliegt op een weinig karakteristieke manier, met snelle  ondiepe vleugelslagen als een torenvalk, draait meerdere rondjes en gaat zelfs een paar keer zitten. We kunnen hem in de telescoop goed volgen en ook aan de geïnteresseerde bewoner van dit erf laten zien. Ik ben erg blij om deze stoere soort weer tegen te komen, 'k begon hem te missen want had hem sinds maart 2010 niet meer ontmoet in de polder.
Martin neemt afscheid, Siebe en ik fietsen via een Groene- en Grote bonte specht naar de spoorwegovergang. Het is daar flink doorwerken om alle groepen Kol- en Brandganzen geteld en op de kaart te krijgen.

donderdag 13 januari 2011

Lijkenpikkers

Dochterlief houdt al dagen op de website van Rijkswaterstaat de waterstanden in de Lek bij Culemborg in de gaten en kijkt of deze overeenkomen met de dagelijkse werkelijkheid wanneer zij de pont neemt op weg naar school. Aanschouwelijker kan aardrijkskunde-onderwijs niet zijn. Ze vertelde al over de “Dolfijn” die is verplaatst, scheef hangende boten aan de drijvende steigers in de jachthaven die omhoog komen en dat de bankjes op de lage kade al in het water staan. Gisteren was het enthousiasme groot: Het water stond tot aan de Veerweg en stroomde gorgelend langs de veerstoep terug de rivier in. We moesten gaan kijken! Geboren op de droge Drentse zandgronden word ik, in de wetenschap dat we nu rond ANP wonen, altijd wat onrustig van dreigend stijgend rivierwater. Een echtgenote met zeemansbloed in de aderen (haar overgrootvader was sleepbootkapitein) was de laatste druppel die de emmer deed overlopen; we gingen kijken.
13-01-2011: Hoogwater aan de Lek ter hoogte van het "Werk aan de Groene weg"
Tegenover het Werk aan de Groene weg stond al een groot deel van de uiterwaard blank en keek je over uitsluitend water naar de dijk aan de overkant. Zo'n beeld stemt tot nederigheid ten opzichte van de natuur. Met het betonnen “manschapsverblijf” in beeld konden we ons een voorstelling maken van hoe het er tijdens een periode van inundatie van de Hollandse waterlinie heeft uitgezien.
13-01-2011: Ooievaars en een zwarte kraai doen zich tegoed aan "drenkelingen".
Ten oosten van de Veerweg was de uiterwaard grotendeels ondergelopen. Boeren hebben hun schapen in veiligheid gebracht, maar de wilde fauna moet op eigen kracht het vege lijf zien te redden. Aan de voet van de dijk zat in de stromende regen een Haas zich droog te likken. Op en langs de boorden van een klein eiland was het een drukte van belang met opportunisten die profiteerden van wormen, mollen, muizen en woelmuizen die de bodem uit worden gedreven door het stijgende water. Eenden en ganzen slobberden in de prut, Zwarte kraaien liepen, druk pikkend, rond. Twee Ooievaars die de vroege winter hebben overleefd, liepen statig rond maar verloren plots hun waardigheid toen ze iets eetbaars in het water zagen spartelen; beiden sprintten naar voren om als eerste de drenkeling naar binnen te kunnen schrokken. Ooievaars staan bekend als brengers van geluk en de mensheid stelt van oudsher alles in het werk om hen te gerieven. Hier lieten ze zich toch kennen als onvervalste “lijkenpikkers” en geduchte rovers die er geen been in zien om alles wat zwemt voor z’n leven met huid en haar naar binnen te slaan.