zaterdag 4 januari 2014

Stoere beesten

De Elzensingel houdt de doorstaande en onverwacht koude westenwind, een beetje tegen en het geparkeerde Koreaantje voor ons geeft dekking ten opzichte van de grazende ganzen. Het is geen grote groep, maar er vallen steeds meer vogels in en ze komen mooi tegen de wind in naar ons toe. Siebe heeft gelijk al een Kolgans met kleurring in het vizier. We hebben een prima plek gevonden.

Vlak achter ons ratelt een Winterkoninkje; het beestje kruipt door het hek en de droge hoge graspollen om te zien wat er zich in z’n winterterritorium afspeelt. Juist wanneer de bewoonster van het huisje vlakbij een praatje komt maken over de leuke soorten die ze hier ziet, valt er weer een groepje ganzen in. Tussen het geluid van Grauwe klinkt even de roep van een Rietgans. In de scoop ontwaren we inderdaad 9 Toendrarieten. Altijd weer een gevoel van lichte triomf, wanneer het oog het oor bevestigd. Wat een mooie donkere koppen hebben die beesten toch. Bikkels zijn het; meestal zien we ze pas hier wanneer het in het Oosten flink gaat vriezen, maar dit jaar hebben ze de winter niet afgewacht. Op nieuwjaarsdag zaten er zelfs al 340 aan de Zuwedijk.

04-01-14 Polder Blokhoven: Winterkoning onderzoekt zijn territorium.

Uit mijn ooghoek zie ik dat het Winterkoninkje in de achterste wielkast van het Koreaantje schiet. Even daarna komt het even bij het voorwiel kijken, om snel daarna weer in het binnenste van het autootje te verdwijnen. Na een paar minuten vliegt hij, via zijn zelf-gevonden “ingang”, weer naar buiten, inspecteert triomfantelijk een hoge heiningpaal en duikt in de ruigte van de slootkant; verdwenen.

04-01-14 Polder Blokhoven; Winterkoning zoekt het hogerop.
Twee forse kraaien die vanuit het Noorden aan komen vliegen trekken de aandacht. Hun speelse vlucht, spitse vleugels, maar vooral hun forse koppen zijn “anders”. Tegen de tijd dat ik er een in het scoopbeeld heb gevangen beginnen ze tegen elkaar te roepen; onmiskenbaar: Raven !! Weer is er die lichte triomf; nu omdat het oor de determinatie van het oog heeft bevestigd. Maar het is vooral de gedeelde kick over de aanwezigheid, hier boven deze polder, van deze, zeer tot de verbeelding sprekende stoere en legendarische beesten, waardoor deze zaterdag niet meer stuk kan.
 
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2014

maandag 30 december 2013

Oud papier


Er waren in de winkel van “Vogelbescherming” een paar leuke schappen bijgekomen; deze keer geen verleidelijke optiek, maar een uitstalling van 2de hands boeken en tijdschriften die m’n aandacht vroeg. Een  kloek deel van Cramp and Simmons (Waders to Gulls, 1983) en een “onooglijk” dun Jaarverslag 1959 – 1960 van de “ Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels” gingen in de rugzak. Zulk oud papier, dat je voor “geen geld” kunt verkrijgen, blijkt thuis erg waardevol.

Lees maar eens “Die vreemde vogels” uit 1973 met monografieën van vogelsoorten en van vogelaars die daar onderzoek naar deden. Als tienervogelaar had ik het bijna in permanente bruikleen van de openbare dorpsbieb. In 2004 kocht ik het, "antiquarisch", zelf. Het herlezen van zo’n boekje helpt je bij het opmaken van de winst en verlies rekening Nederlandse avifauna. Destijds waren er nieuwkomers als Turkse tortel en Bonte vliegenvanger. Er is 40 jaar na dato, winst voor IJsvogel, Ooievaar en Aalscholver. De Grutto blijft onverminderd terrein verliezen. Het Korhoen verdwijnt en de Velduil zou wel eens kunnen volgen.


Neem de volzinnen van zo’n jaarverslag uit 1959, mijn geboortejaar met een extreem droge zomer, eens rustig door. Ik citeer: “Op een aantal plaatsen werd gepoogd de kieviten te helpen door ijsbanen dras te zetten en sportvelden te bespuiten. Een, wanneer er alleen maar sprake zou zijn van voedselschaarste, ongetwijfeld zeer nuttige maatregel. De resultaten hiervan waren echter nogal teleurstellend”. Anno 2013 zetten we landerijen plas dras om weidevogels door een droog voorjaar heen te helpen. Het werkt; d.w.z. er komen vogels op af, maar helpt het ook? Ik weet het niet, maar in elk geval: “Niets nieuws onder de zon”

Of laat “de Kievit” uit 1977, waarin Rinke Tolman twee conclusies uit een onderzoek van Klomp citeert, eens op je inwerken: “In de toekomst zal het oogsten van gras in een jong groeistadium zich sterk gaan uitbreiden. De enige mogelijkheid, welke ons voor het behoud van de weidevogels overblijft, is de instelling van reservaten waarin aan de graslandverbetering niet wordt gewerkt en de gebruikers t.a.v. beweiding en maaien aan voorwaarden zijn gebonden”. Let wel, het onderzoek werd gepubliceerd in 1951. Ik bedoel maar: "We kunnen niet zeggen dat we het niet hebben zien aankomen".

Anno 2013 krijgt Rob Bijslma de Edgar Doncker prijs. Ik beleefde het als een geweldige opsteker. Naast hetgeen het juryrapport over hem zegt (Zie: HIER) is hij ook de man die niet ophoudt anderen te wijzen op de schat aan kennis die in de wetenschappelijke literatuur zomaar voor het grijpen ligt. We hoeven het alleen maar te lezen en winnen op zijn minst tijd. En daarmee komt hij erg dicht in de buurt van Seneca (4 v. Chr. - 65 n. Chr.): "Wie de geschiedenis bestudeert en in de leer gaat bij oude denkers, krijgt er eeuwen bij. Het tempo van de tijd moet je bestrijden door het gebruik ervan". 

Einde 2013, dagen van storm, regen, zo nu en dan een opklaring en tijd voor reflectie. Met Leonie Breebaart (TROUW, 2013) verwonder ik me, bij het lezen van al dit oud papier, over het verschil tussen geld en waarde, over de kringloop van alle dingen en de wederopstanding van woorden, die aan papier zijn toevertrouwd.

Referenties:

  • Bijlsma, Rob M. Mijn roofvogels. Atlas, 2012.
  • Bos, Jan L. en van de Kam, Jan. Die vreemde vogels. Ploegsma, 1973 
  •  Breebaart, Leonie. Oud Papier, In: “alles van waarde”, bijlage bij TROUW 21-12-2013 
  • Seneca, Lucius A. De lengte van het leven. Vertaling: Hunnik, Vincent. Atheneum – Polak en van Gennep, 2012
  •  Tolman, Rinke. de Kievit, Een monografie van onze nationale vogel. Bosch & Keuning n.v., 1977.

vrijdag 20 december 2013

Blijven opletten buiten.


Bij de laatste wintervogeltelling Blokhoven werd het december maximum Grote zilverreigers alweer gebroken; elf vogels gingen er in de SOVON boekhouding. De toename lijkt daarmee nog niet ten einde. Het blijkt te bestaan: Een vogelsoort die het voor de wind gaat en niemand die er last van heeft. Over de vraag waar ze vandaan komen wordt veel geschreven (Zie: Artikel in LIMOSA). Alleen al door hun aantallen kunnen het niet allemaal Nederlandse broedvogels zijn. Lange poten bij grote vogels die de aandacht trekken; uitermate geschikt voor (kleur)ringonderzoek om dit raadsel op te lossen. Op 17 oktober trof ik zo’n vogel met kleurringen in de Steenwaard (Zie"Naar-het-zuiden" ) Ik kon juist de kleurcode thuisbrengen en de onderzoeker meldde dat het om YRGL ging; een vogel die op 14 mei 2012 werd geringd in Frankrijk en door “Kuilenburgse” vogelaars eerder werd gezien in september en oktober (Zie ook nieuwspagina van NVW Culemborg). Tot mijn frustratie lukte het niet om een foto te maken. Later wel !! Dat wil zeggen op 12 december fotografeerde ik deze Grote zilver met kleurringen in Blokhoven langs de Lekdijk tussen de Groene weg en fort Honswijk. Vandaag zag ik dezelfde vogel op dezelfde plaats:

12 december 2013 Blokhoven-Z; Grote zilverreiger ORGL

Nou kunnen kleurringen in de loop van jaren waden door modderig water behoorlijk verkleuren, maar dit oranje  kon m.i. bijna geen verkleurd geel zijn. Opnieuw e-post, nu met opnames, naar de onderzoeker. Ook deze zag er geen geel meer in. Het betrof, ORGL, geringd in dezelfde kolonie als YRGL maar een jaar later op 13 mei en op 6 juli jl. gezien in de Ooijpolder. En daarmee blijven we met de vraag zitten of er in deze contreien misschien twee vogels rondvliegen, met sterk gelijkende kleurringen, of dat we eerder niet goed hebben gekeken en iets dachten te zien wat anderen ook al zagen. Kijken blijkt niet hetzelfde als waarnemen te zijn. Altijd blijven opletten buiten !!

Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013