vrijdag 8 november 2013

Buit


Het is vannacht mistig geweest. Ergens daarboven probeert de zon langs onzichtbare wolken het grijs op te lichten. Ongemerkt voegt ze een beetje kleur toe. Vanaf de Uitweg ziet Blokhoven er prachtig uit: Zonder horizon, maar met silhouetten van hekken in de nevel. Langs de Wetering is de Wilg zijn top verloren. Vredig zou ik zeggen. Tegen de wijzers van de klok in trap ik de polder rond. Er waren opvallend veel Wintertalingen in de Steenwaard, en er kwam wat trek op gang van Veldleeuweriken, maar ik had meer verwacht, gehoopt in elk geval.
Een paar uur later wanneer vredig, via rustgevend, bijna ongemerkt, overgegaan is in saai sla ik rechtsaf het Wickenbrugshe pad op om een kijkje te gaan nemen bij een grote groep meeuwen. Er valt iets te halen op dit kortgeleden opnieuw ingezaaide perceel. Zou het de hoge waterstand zijn die eetbaar bodemleven naar de oppervlakte drijft? Een en al bedrijvigheid; foeragerende meeuwen. En dan tussen bijna tweeduizend donkerrode Kokmeeuwenpoten die ene met een glimp van een kleurring. Het zal wel jachtinstinct zijn: Je wilt die code lezen. Ook al sta je dwars op het perceel en ziet alleen nog maar de laatste letter. Je verwenst de hardloper die de groep de lucht in jaagt en prijst de dag omdat de vogel snel op bijna dezelfde plaats terug komt. Beter zichtbaar ook nu. Glorieus het moment waarop het dezelfde vogel blijkt die je eind september trof, bij de Rietplas. En dan ook nog een opname kunnen maken; buit om mee naar huis te nemen.

08-11-2013 Kanaaldijk-Zuid: Kokmeeuw met kleurring
08-11-2013: Trappelt wormen uit de grond.

08-11-2013: Ik heb de code !
08-11-2013: En weer onzichtbaar

Thuis: Een prachtig online meldpunt van Poolse onderzoekers. Je kunt er zelfs aangeven of andere melders jouw identiteit mogen zien. Per kerende post een helder pdf-je in je e-postbus: Op 5 mei 2012 geringd in het Zuid-oosten van Polen. Al vaker gezien in Houten, steeds bij de Rietplas, nu in het buitengebied.

21-09-2013 Rietplas: Echt, dezelfde Kokmeeuw
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013

Toch nog: Paddestoelen




Het was er knap modderig, dus ik had de volle aandacht nodig om mijn fiets op koers te houden. Bovendien, ik was het Wickenburghse pad vooral ingeslagen om wat dichterbij een grote groep meeuwen te komen (daarover later meer). Je kunt dus niet zeggen, dat ik naar ze heb uitgekeken, laat staan dat ik er naar heb gezocht. Ze drongen zich als het ware aan me op, deze Vliegenzwammen. Het archetype van de paddenstoel, sinds Spillebeen als beeld in ons geheugen gegrift.

08-11-2013 Wickenburghse pad; Vliegenzwammen.
Je verwacht ze hier gewoon niet, in deze vetmodderige polder, op een bodem van zware komklei. Alhoewel; je weet natuurlijk niet wat er in de loop der eeuwen op deze oude laan is bijgestort, om hem begaanbaar te houden, voor voetganger, ruiter, koets of fiets. In elk geval; toch nog paddenstoelen op dit polderblog.

zaterdag 26 oktober 2013

Vandaag geen paddestoelen

26-10-2013 Lekdijk bij De Heul; wandelaars in de uiterwaard

De wind blaast zomers; de kleur van het licht verraadt de herfst. Wind mee en in hemdsmouwen op de fiets over de dijk. Hoog boven dit landschap; als vanzelf even opgelicht. Morgen zal het gaan regenen en stormen. Op zo’n zaterdag ben je nooit de enige die hier geniet. Wandelaars in de uiterwaard. Motorrijders maken vaart en herrie. Racefietsers moeten in de remmen voor vierentwintigtons Schuitemaker maïs transporten. Aan belangstelling niet te klagen ook: een groep tegemoetkomende wandelaars krijgt mijn gewaardeerde uitleg over de soorten ganzen die hier rusten. Zelfs een motormuis werpt geïnteresseerd een blik door de scoop op de Kleine zilverreiger en luistert verwonderd naar mijn uitleg over hoe de witte vogel met de gele tenen aan zijn zwarte poten de modder op laat dwarrelen: “Dit moet ik m’n maten vertellen”.

26-10-2013: Herfst aan de Lek
Wat verder naar het oosten; meer richting de Heul verraden de bomen dat het echt al herfst is. Ik stop om vanuit de hoogte deze wereld op me in te laten werken. Een Drentse zandhaas kan ook zonder paddenstoelen van de herfst genieten.
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013

zaterdag 19 oktober 2013

Naar het zuiden


Conventionele wijsheid zegt dat trekvogels in de herfst naar het zuiden vliegen. Dat zou je zomaar voor absolute waarheid houden wanneer je als onderzoeker de metalen ring, die in een Hollandse polder om de poot van een Grutto werd gelegd, door een Franse jager krijgt toegestuurd. De werkelijkheid van natuur is altijd subtieler dan in conventies valt te vangen. Neem die in Kroatië broedende Kokmeeuw die vorig jaar naar het Noordwesten vloog en in polder Blokhoven aan de grond werd gezien (klik: HIER). Een Poolse soortgenoot vliegt al twee jaar naar het westen en werd daar bij Houtens Rietplas gezien.

Andere soorten trekken zich nog minder aan van de conventie. Aan de boorden van de Lek pleisteren momenteel uitzonderlijk veel Zilverreigers. Grote zilverreigers staan rustig te vissen of struinen door de vegetatie en maken ruzie met elkaar of Blauwe reigers. Waar ze vandaan komen is eigenlijk niet goed bekend. Eerder deze week viel langs de Veerweg m’n oog op een setje kleurringen bij een pleisterende Grote zilver. Ik kon de codes juist thuis brengen, maar kreeg geen tijd voor een opname; Grote zilvers zijn alerte vogels. De vogel was ongevraagd deelnemer aan een Frans onderzoek en werd op 14 mei 2012 als nestjong geringd in Besné (Loire Atlantique), ten Zuiden van Nantes, en hangt hier al rond sinds begin september.

19-10-2013 Steenwaard-Veerweg; Kleine zilverreiger.

In de Steenwaard foerageren nu ook Kleine zilverreigers. Deze van oorsprong subtropische kleinere reiger was in de eerste jaren van deze eeuw bezig met een opmars naar het Noorden en veroverde via de Zeeuwse en Zuid-Hollandse  eilanden zelfs de Wadden. Drie pittige winters op rij maakten echter veel slachtoffers en wierp de soort ver terug. De drie vogels die ik vandaag trof waren dan ook best bijzonder. In elk geval; deze vlogen naar het noorden en dat is tegen de conventie.
In tegenstelling tot Grote zul je Kleine zilvers niet snel in de polder zien. Ze zijn meer aan water gebonden en jagen heel anders dan hun grotere witte neven. Sluipend langs de ondiepe randen trekken ze soms plots een sprintje om iets uit het water te grissen. Of woelen met trillende gele tenen in de modder om daar iets eetbaars uit tevoorschijn te jagen. Een Grote zilverreiger komt kijken of hij z’n kleine neef wat buit  afhandig kan maken.


19-10-2013 Steenwaard-Veerweg; Kleine (links) en Grote zilverreiger.



Op enig moment heb ik twee Kleine en een Grote zilverreiger in beeld. Ik hoefde in elk geval niet ver naar het zuiden om van dit tafereel te kunnen genieten.

19-10-2013 Steenwaard-Veerweg; Twee Kleine (links) en een Grote zilverreiger.
  
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013