donderdag 3 november 2016

Barstensvol Kramsvogels


031116 Everdingen-uiterwaard; Kramsvogels in Meidoornstruik

Je stapt naar buiten en een eerste groep trekt over. Bij de Schalkwijkse brug nog een keer zo’n koppeltje en dan zitten er aan het Overeind een paar in de top van een Linde te “tjakkeren”, als ik daar een groepje ganzen wat beter bekijk. En wanneer ik door ben gefietst naar de overkant van de Lek tot voorbij Fort Everdingen, juist: daar waar de uiterwaard dooraderd is met meidoorn-singels, is het meer dan duidelijk: Het bárst van de Kramsvogels.
031116 Everdingen; Kramsvogel verschalkt bes van Meidoorn,..
........... als een Koperwiek.
Ik verbaas me er over dat er nu al zoveel, zo vroeg, naar hier komen terwijl in andere jaren we ze pas in januari in dergelijke aantallen op het valfruit in de boomgaarden zien verschijnen. Wat zet hun beweging in gang of weerhoudt ze daarvan? Is het de beschikbaarheid van voedsel? Worden er in sommige jaren veel meer jongen geboren dan in andere? Is er langdurig oostenwind nodig om hen onze kant op te drijven? Of moet dat allemaal bij elkaar komen om te zien wat ik hier nu zie? Heel intrigerend, maar eigenlijk doet dat er niet toe. Je voelt de verwachtingsvolle beweging die in de lucht zit en ziet de massaliteit daarvan in de honderden vogels die zich tegoed doen aan de donkerrode bessen van de Meidoorns.
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2016

zondag 2 oktober 2016

Volharding


Het verloop van het getij is deze zandhaas niet bepaald met de paplepel ingegeven. En bovendien laat ik niet altijd voldoende tot me doordringen dat je om echt te weten wanneer het hoog water is je niet kunt volstaan met een getijdentabel. Daarom sta ik elke vakantie wel een keer vol verwachting, over wat ik voor moois of interessants zou kunnen gaan zien, voor schut op de dijk: Het water heeft alle vogels al weer van het wad verdreven. Geen rekening gehouden met windkracht en richting.

Na twee missers eerder deze week lijkt het deze keer wel te kloppen. Ik zit op een mooie plek op het strandje van de Volharding. Alleen die naam al ! Ooit een kleine polder (66 hectare bedijkt in 1846) die niet bestand bleek tegen de stromingen van het Eierlandse gat. Na de derde dijkdoorbraak in 1926 werd de onmogelijkheid van een polder op deze plaats ingezien. Een mooie vloedhaak die een baai omarmt bleef er achter. Ik zit er goed nu, één met het land en verder geen mens buiten. De eerste vogels komen voedsel zoeken op het droogvallende wad vlak voor me: Bontbekpleviertjes, Bonte strandlopers, Drieteentjes en Rosse grutto’s hebben me niet in de gaten en zijn erg mooi te bekijken. En echt, ik zit wel degelijk te genieten, maar ik zou ze zo graag fotograferen. Maar het regent te hard om veilig m’n camera op de telescoop te kunnen gebruiken. Dan toch: het wordt praktisch droog, de lucht is schoon, het licht mooi diffuus, de vogels storen zich niet aan mij en er komt meer wad tevoorschijn. Drie jonge Zilverplevieren komen op hun typische plevierenmanier steeds dichter bij: Lopen, stoppen, kijken, pikken. Prachtige dieren zijn het. Ze hebben mooie grote ogen en als je goed kijkt zit er nog best veel goud in die fijne tekening op hun mantel. Zo is fotograferen genieten en echt veel mooier dan op een plaatje jagen.

02-10-2016 Texel, de Volharding: Bontbekplevier in eerste winterkleed
02-10-2016 Texel, de Volharding: Zilverplevier in eerste winterkleed

De jachtdrift laait wel degelijk op wanneer er een Drieteenstrandloper met kleurringen mijn beeld binnen dribbelt. In elk geval sta ik op scherp en het lukt om het beweeglijke beestje, mét complete pootjes, op de plaat te zetten. Dan begint het te regenen en te waaien. Tijd om in te pakken en weg te wezen. Op de terugweg naar de camping krijg ik het volle pond aan regen en wind. Hier in de openheid op de waddendijk is er geen ontkomen aan en ik geniet.
 
02-10-16 Texel, de Volharding: Gedecoreerde Drieteenstrandloper.
Dit drieteentje blijkt een jong beestje: Deze zomer op Groenland uit het ei gekropen, gevangen en geringd, op de wieken gegaan, de Atlantische oceaan en Noordzee overgestoken en nu met windkracht 7-8 in de stortende regen naar voedsel zoekend, hier op de Volharding. 
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2016

zaterdag 19 maart 2016

Grutto's welkom heten


Vogelbescherming Nederland had bepaalt dat juist in dit weekeinde heel Nederland onze pas uitverkoren nationale vogel welkom zou gaan heten. Nu heb ik zo mijn eigen ideeën hoe ik dat het liefst zou doen, maar een doorstaande noordooster weerhield me van een fietstocht naar Blokhoven laat staan Everdingen. Dat komt dan wel weer op een échte lentedag. Hoewel de omgeving niet erg natuurlijk overkomt en er voortdurende de dreiging van verdwijnen hangt zijn er op en rond het lokale werk- en sportlandschap mooie natte braaklandjes die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op passerende steltlopers.

190316 Houten; Grutto's.

Bijna zie ik het eerste groepje Grutto’s over het hoofd, zo rustig staan ze daar tussen de modderige pitruspollen. Ze hadden mij allang in de gaten natuurlijk, maar na een tijdje rustig afwachten naast mijn fiets, gaan ze verder waar ze mee bezig waren: Eten, poetsen, dutten of opletten. Op een Buizerd bijvoorbeeld, die hoogte probeert te winnen op matige thermiek. Wat zijn het toch een schoonheden. Zo rank en met al die mooie structuurtjes en sobere oranjebruine kleuren in hun verenkleed.

190316 Houten; Grutto's w.v. tenminste één IJslandse.
Het landje naast het helofyten-filter ziet bruin van het restje winter en is kort gegraasd door de Brandganzen maar Smienten, Kieviten, Wintertalingen, Krakeenden en Grutto’s malen daar niet om. Meer naar het noorden treft ik bij een plasje een wat grotere groep Grutto’s. Eén vogel vraagt wat extra attentie, want draagt kleurringen. Het lukt om een paar goede foto’s te maken, voordat er één poot wordt opgetrokken en de kop in de veren gaat. En dat is maar goed ook, want de kleuren en posities passen niet in de mij bekende schema’s dus thuis is nadere studie nodig.

190316 Houten; IJslandse Grutto's


Roepend kondigt een nieuw drietal Grutto’s hun komst aan. Eén vogel is zo duidelijk anders, dat het wel een IJslander moet zijn. D.w.z. als dit geen Limosa limosa islandica is, dan ga ik er nooit meer een zien. Ooit was dit een in Nederland behoorlijk zeldzame ondersoort van de Grutto, en kwamen ze zelden in het binnenland. Maar deze Grutto lijkt juist te profiteren van klimaatverandering en landgebruik in zijn broedgebieden. Het is weer eens wat anders, een Grutto in beeld die het voor de wind gaat. Dat is toch meer onbevangen genieten. 

Er komt een bericht van Siebe binnen: “Of ik tijd en zin heb om vanavond een slaapplaatstelling van Grutto’s te doen”? Na een lekkere en vroege zaterdagavondmaaltijd staan we 's avonds aan de Lek bij Lexmond te kijken naar zo’n 150 Grutto’s en turven de binnenkomende vogels. Er wordt nog druk naar voedsel gezocht langs de oevers van de ondiepe plassen voordat, in de diepe schemer, de groep zich steeds meer concentreert op een schiereiland waar de, inmiddels 300, Gruttokoppen in de veren gaan. Ondanks de schemer kunnen we nog een paar kleurringen thuisbrengen ook. 

Thuis kan ik de geringde vogel op de foto hierboven niet anders duiden dan met een op IJsland voor jonge vogels gebruikt schema. Binnen een dag heb ik response van de onderzoekers: Geringd als jonge vogel op 17 juli 2006 bij Kalfsarkot op …. IJsland. Ik bedoel, maar, dan weet je tenminste zeker dat je een L. l. islandica hebt gezien.

Vandaag werd op bedrijventerreinen en in nieuwe natuurgebieden de Grutto welkom geheten door natuurliefhebbers, onderzoekers en fanatieke vrijwilligers. Een bijdrage van LTO heb ik node gemist.


Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2016