maandag 26 augustus 2013

Verdwaalde gasten


Toen in de nacht van 23 augustus de wind naar het oosten begon te ruimen en flink aantrok zette ze een stroom trekvogels in beweging. Het leek wel of ze er op hadden gewacht. Op verschillende plaatsen in het land werd sterke trek vastgesteld van niet alledaagse soorten die door de straffe oostenwind naar onze streken  waren af gedreven (zie: SOVON nieuws 1 en SOVON nieuws 2). Ik was “helaas” verhinderd om te zien of polder Blokhoven haar deel er van mee kreeg, want was juist voor twee weken neergestreken in een andere polder; Eierland op Texel. Ons vakantieverblijf, met uitzicht op de waddendijk en De Cocksdorp, stond op minder dan 2 km van de vuurtoren, het noordelijkste puntje van het eiland. We zaten er als het ware middenin. De vogeltrek bedoel ik. Zangvogels die ’s nachts trekken om roofvogels te ontlopen, hebben overdag vast grond onder de pootjes nodig om rust, dekking en voedsel te zoeken. Die vinden ze niet in Noord- of Waddenzee, wel op de Waddeneilanden.  De Noordkop van het eiland werd bezet door kleine zangvogels: In Bramen en andere stekelstruiken wachten Grasmussen, Braamsluipers en nog kleinere zangertjes een volgende nachtelijke etappe af van hun lange reis.

25-08-2013 Eierlandse duinen Texel; Tapuit

Tapuiten en Gele en witte kwikstaarten dansen voor me uit op het fietspad. Jonge Gekraagde roodstaartjes zoeken naar voedsel op de paarde wei naast de reddingsbootschuur. Vogeltrek in de lucht; een heerlijk onrustig gevoel!

28-08-2013 Polder Wassenaar Texel; Gekraagde roodstaart.
28-08-2013 Polder Wassenaar Texel; Gekraagde roodstaart.

Het is weekeinde en dit stuk van het eiland staat er om bekend dat er tussen de vele “gangbare” soorten nog wel eens een verdwaalde zeldzame gast ontdekt wordt. Ik ben de enige niet die met verrekijker en scoop op pad is. Dat heeft beslist voordelen. Gedeeld enthousiasme kan dubbel plezier zijn. Zoals bij de jonge Roodpootvalk die op een heining bij boerderij Sebastopol is neergestreken en zich daar onder grote belangstelling bijzonder op z’n gemak lijkt te voelen.

 
25-08-2013 Eierlandse duinen Texel; Roodpootvalk in juveniel kleed.
Met een groepje enthousiastelingen ben ik getuige van zijn jacht op libellen en hoe hij zijn veren verzorgt. Prachtig dier: Pure, beetje exotische, schoonheid. En we winden ons gezamenlijk op over die fotograaf die toch net weer wat dichterbij moet dan de rest. Onder de aanwezigen ook vogelaars die absoluut meer van onderscheidende kenmerken weten en beter waarnemers zijn dan ik. En zonder die cruciale aanwijzing van een bedachtzame medestander had ik, een paar dagen later, mogelijk een juveniel Roze spreeuw gemist én had ik hem niet door kunnen geven aan twee Italiaanse vogelende gasten (vader en zoon).
Liefhebbers onder elkaar; dat is dus het punt niet. Maar op enig moment begint het te irriteren; weer iemand die met telelens van het pad af moet om een duintop te beklimmen en de boel verstoord, weer iemand die je ongevraagd aanschiet om mede te delen wat hij allemaal al “had”, weer die verdwaalde gasten met hoedjes in camouflage kleuren die op onmogelijke plaatsen opduiken. Waarom zijn we hier eigenlijk? Wordt er ook gewoon een beetje genoten heren en niet alleen gejaagd?

Gelukkig is er ook veel te genieten op plaatsen waar je het niet direct verwacht: Elke ochtend de kleine zangers in de wilgen bij ons zomerhuis. Een Koekoek die de mussen de stuipen op het lijf jaagt. Of van de schoonheid van een klein groepje jonge Goudplevieren dat op een avond  neerstrijkt op het landje naast ons huis; die goudkleurige fijne tekening, ik zal er nooit genoeg van krijgen:

24-08-2013 Eierlandse polder Texel; Goudplevier

Zondagmiddag werd aan de Westerweg een ploegwedstrijd met historisch materieel georganiseerd. Ik heb voldoende jeugd in agrarische omgeving doorgebracht om daar een geïnteresseerd kijkje te gaan nemen. Te jong nog om een Lanz Buldog echt in het werk gezien te hebben; het geluid klonk er niet minder om. Oud genoeg, dat wel, om het geluid van een Massey-Fergusson te kunnen onderscheiden van de Fordson Dexta. Hoe dan ook: Nu nutteloze kennis, waaraan je, net als aan de herkenning van vogelgeluiden, een hoop plezier kunt beleven. Het werd een melancholisch feestje van nostalgie en herkenning.


25-08-2013 Westerweg Texel; Ploegwedstrijd
Het werk en jurering worden zeer serieus genomen. Veel toeristen zijn er niet te bekennen hier op de graanstoppel. Dus ik voel me een beetje een verdwaalde gast. Maar voor ik er erg in heb word ik door de keurmeesters deelgenoot gemaakt van waar ze zoal op letten bij de openingsveur en het vervolg van de wedstrijd. Mocht ik ooit gaan emigreren naar dit eiland dan heb ik eindelijk dé manier gevonden om te integreren: Ik koop een oud trekkertje en meld me aan bij de “Oude trekker en motoren vereniging”.

maandag 15 juli 2013

Verdraaid...... het is zomer


Een echtpaar op leeftijd staat gebukt te werken in hun moestuin aan het doodlopende Neereind. “Al nieuwe aardappels?” Informeer ik. “Oh, al meer dan een maand” en prompt volgt het verhaal van vroeg gezaaide spinazie die sneeuw en vorst overleefde en al in maart geoogst kon worden. Kras; maar de rode bieten staan er pront bij en de zomerprei ziet er ook al veelbelovend uit. “We hebben goeie grond opgebracht” verklaart hij. We wensen elkaar een goede dag en ik fiets terug. In de wetering zwemt een paartje Waterhoen met zes kleine kuikens. De jongen volgen lopend over Gele plompe bladeren en zwemmend door het kroos hun ouders die steeds weer iets priegeligs te eten aanbieden. Soms stoppen ze even om gezeten op de rand van een Plompeblad wat te poetsen en op te drogen. Wanneer je ze beter bekijkt zijn het heel merkwaardige wezentjes: Pluizig zwart, rode delen op kale kopjes en primitieve vleugelstompjes die wapperend worden gebruikt om hun bedelen kracht bij te zetten.






15 juli 2013 Kaaidijk; Waterhoen met kleine kuikens.
Het voelt altijd dubbel; de aanblik van al die mooie pluizenbolletjes in het voorjaar, net uit hun ei gekropen. Ze roepen zorg en vertedering op, maar je weet ook dat er minder dan twee hoeven te overleven om hun ouders te vervangen. Je zou zelfs kunnen veronderstellen dat de meerderheid uit het ei is gekropen met als enig doel te verdwijnen in de bek van een snoek of meeuw. Maar dat wil er bij deze bioloog niet in, dat kan niet het enig doel van zo’n fragiel wezentje zijn. Leven, is het doel van uit-een-ei-kruipen en dát is wat het wil. Zaterdag vond ik dit jonge Fazantje. Het was al flink op weg om de gevaarlijkste periode van zijn leven te overleven (ik denk dat het al bijna kon vliegen) voordat het een zinloos einde vond door een voorbijrazende auto. Ik heb hem opgeraapt, gefotografeerd en begraven. Er zijn mensen die dat zinloze handelingen vinden.
13-07-2013 Rondweg Houten; Jonge fazant, doodgereden
Ik vervolg m’n weg langs Kaaidijk en Elpad en sta een poosje stil bij het verdronken Elpadbos. Er klinkt de roep van een Waterral. Een Bruine Kiekendief vrouw komt stilletjes aanglijden, doet alsof ze voornemens is door te vliegen, om vervolgens een scherpe draai terug te maken. Mooi beest. De eerste Wintertalingen zijn gearriveerd om hier te ruien. Er fladderen wat witjes en een Gehakkelde aurelia over het dijkje. In de vervallen boomgaard verderop slaat een Zanglijster alarm. Komt dat door mij of door die stiekeme Buizerd? Overal waar bomen of struiken staan zingen Zwartkopjes. Waarom eigenlijk nog? Er hoeft toch geen territorium meer verdedigd te worden? Achter ons huis zag ik ze op een vroege ochtend al samen met hun jongen proeven van de eerste Lijsterbessen.

De aanblik van de  Honswijkerwaarden is een twijfelachtig genoegen nu. Het graafwerk oogt als industrieel vandalisme. Tegenover de Uitweg is het uitzicht net te harden. Vorige week rustten hier elf lepelaars, nu zie ik in het ondiepe gedeelte iets kleinere witte vogels heen en weer rennen. In de scoop blijken het twee druk foeragerende Kleine zilverreigers. Deze soort is een stuk schaarser geworden door een paar strenge winters en het is best lang geleden dat ik ze in onze regio zag; m.a.w. 'k ben blij met deze waarneming

Langs het inundatiekanaal Bij de Molenbuurt neem ik een bakje koffie. Een Grasmus zingt z’n krassend liedje, een Vink klinkt wat zeurderig en weer de zang van Zwartkoppen. Ring- en Huismussen pendelen heen weer naar het graanperceel. Valt daar wat te halen dan? Verdraaid... de tarwe staat al mooi in de aar. Het is zomer !



vrijdag 24 mei 2013

"Ontpolderd"


Er is veel en heftig gevochten rond de Punt van Reide. De meest Noordoostelijke punt van Nederland werd in 1945 door de Duitsers tot hun laatste snik verdedigd voor het door de Canadezen werd bevrijd. Naast veel boerenplaatsen brandde ook het kerkje van Termunten volledig uit. Bij Fiemel herinneren twee grauwe bunkers aan dit menselijke grove geweld. In de eeuwen daarvoor al bestreden de Groningers niet alleen vreemde indringers, maar vooral het oprukkende water. Later werd door de Dollard verzwolgen land (zeespeigelstijging is van alle tijden) weer, strook voor strook, op de zee herwonnen door kwelderende en polderende monniken en boeren (lees: hun arbeiders). In 1979 werd de Breebaartpolder als laatste op “Olle Tjoard” heroverd. Er werd  alvast een grote sluis aangelegd die de uitwatering van een gepland buitendijks kanaal moest gaan verzorgen. Maar de opkomende milieu beweging bood stevig verzet tegen dit plan. Immers, hierdoor zouden in een klap alle Dollard kwelders van de zee worden afgesloten. Het tij werd gekeerd, het plan ging niet door, de sluizen werden onder klei bedolven, en Polder Breebaart werd later verkocht aan het Groninger landschap. In 2001 werd Breebaart ontpolderd. Weliswaar met “de hand aan de kraan”, maar toch; Groningen liep weer eens voorop. De natuur greep onmiddellijk haar kans. Eerst de pionierssoorten natuurlijk; Kluten, vereeuwigd door Erik van Ommen in het boek "De kluten van Breebaart", Bontbekplevieren, Visdieven, Noordse stern en Kokmeeuwen.

Eén van de Kluten van Breebaart
Die aantallen broedvogels zijn er nu niet meer, maar het is nog steeds een mooi gebied en een belangrijke hoogwatervluchtplaats waar wadvogels overtijen. Aan de voet van de dijk exploiteert het Groninger Landschap bezoekerscentrum "De Reidehoeve"  én vakantiewoning "Olle Tjoard". Natuur en oud cultuurland bij de hand; de kromme polders van het Hoge land in het Noordwesten en de strakke lijnen van de Dollardpolders in het Oosten. Voor ons voldoende redenen om er een meivakantie door te brengen.

Fietsend door de Carel Coenraad- en Johannes Kerkhove-polder raken we weer onder de indruk van de enorme ruimte en openheid van dit land en de bijbehorende straffe wind. Met een Velduil boven de kwelder, Grauwe kiekendief (vrouw) sierlijk jagend boven de akker, een Visarend die met een vis in z’n poten langzaam hoogte wint en de luwte en Spotvogelzang van het “Ambonezenbosje” is het ook qua vogels meer dan de moeite waard hier. Het land ziet er bij vlagen geel van de kwikken en ik realiseer me weer eens hoe bizar we als natuurbeschermers soms bezig kunnen zijn. Hier worden Gele kwikken “verbouwd” als voer voor Grauwe kiekendieven door brede fauna randen aan te leggen rond de akkers; terwijl ik in polder Blokhoven rustig een half uur in de dekking lig om het nest van een Gele kwikstaart op te sporen en te beschermen tegen uitmaaien.

Het ziet geel in de polder


Het weer zat niet echt mee, of soms ook wel misschien. De vogelkijkhut aan de rand van Breebaart hadden we steeds voor onszelf. Vogelend op het ritme van het getij vielen vooral de aantallen Bontbek- en Zilverplevieren op.  Daarbij soms meer dan 400 Bonte strandlopers en een Kleine strandloper. Bijzonder: bij ons lopen de eerste weidevogels al met hun kuikens rond en deze steltlopers zijn nog op weg naar hun noordelijke broedgebied. In elk geval allemaal in broedkleed nu; ’t kun minder.

Polder Breebaart; Zilverplevier

Polder Breebaart; overtijende Bontbekplevieren

Op woensdag de 22ste staat er NW +6; om 10.30 is het HW te Delfzijl en het water komt tot bijna op de kwelder. Ik geniet in de hut van steeds meer binnenkomende groepen steltlopers. In zo’n groepje van 40 zilverplevieren valt me een heel donkere plevierachtige vogel op. De groep gaat ver van de hut zitten, maar ik vind de donkere vogel terug en schroef de zoom m’n telescoop maximaal op. Ziet er spannend uit: plevier met een goudkleurige rug met vrij grove zwarte vlekken, maar maakt een veel donkerder indruk dan een goudplevier. Het zwart op de onderkant loopt helemaal door de t/m de anaalstreek! Opvallend contrast tussen het wit boven oog en snavel en de bovendelen. Het wit houdt op bij de flanken. Ik ben bang, dat ik een Amerikaanse goudplevier, man, adult in zomerkleed  in beeld heb en maak een serie foto’s die er door afstand en ruwe weer wat fuzzy uitzien en onmogelijk als bewijs kunnen dienen. Maar ik zet hem vol vertrouwen op mijn eigen levenslijst en probeer hem later mogelijk door de ballotage van het CDNA te krijgen.

22-05-13 polder Breebaart; Amerikaanse goudplevier
Verder weinig vogelaarservaringen die je een gebeurtenis zou kunnen noemen, maar toch: Het vrouwtje Knue dat haar nest in de lage buxus weer opzoekt, oog in oog met de onverschrokken blik van een Witte kwikstaart op haar nest (onder de dakgoot van het stookhok) en een Blauwborst die op het gazon naar voedsel zoekt.

Na zo een tijdje daar aan de voet van de dijk geleefd te hebben merken we weer eens hoe heilzaam ruimte en stilte voor ons zijn. “Ontpolderd” rijden we de drukte van randje randstad tegemoet.

PS: Op 25 mei werd de zeldzame plevier ook door andere vogelaars ontdekt. (Klik: HIER of HIER)

Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013