maandag 30 december 2013

Oud papier


Er waren in de winkel van “Vogelbescherming” een paar leuke schappen bijgekomen; deze keer geen verleidelijke optiek, maar een uitstalling van 2de hands boeken en tijdschriften die m’n aandacht vroeg. Een  kloek deel van Cramp and Simmons (Waders to Gulls, 1983) en een “onooglijk” dun Jaarverslag 1959 – 1960 van de “ Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels” gingen in de rugzak. Zulk oud papier, dat je voor “geen geld” kunt verkrijgen, blijkt thuis erg waardevol.

Lees maar eens “Die vreemde vogels” uit 1973 met monografie├źn van vogelsoorten en van vogelaars die daar onderzoek naar deden. Als tienervogelaar had ik het bijna in permanente bruikleen van de openbare dorpsbieb. In 2004 kocht ik het, "antiquarisch", zelf. Het herlezen van zo’n boekje helpt je bij het opmaken van de winst en verlies rekening Nederlandse avifauna. Destijds waren er nieuwkomers als Turkse tortel en Bonte vliegenvanger. Er is 40 jaar na dato, winst voor IJsvogel, Ooievaar en Aalscholver. De Grutto blijft onverminderd terrein verliezen. Het Korhoen verdwijnt en de Velduil zou wel eens kunnen volgen.


Neem de volzinnen van zo’n jaarverslag uit 1959, mijn geboortejaar met een extreem droge zomer, eens rustig door. Ik citeer: “Op een aantal plaatsen werd gepoogd de kieviten te helpen door ijsbanen dras te zetten en sportvelden te bespuiten. Een, wanneer er alleen maar sprake zou zijn van voedselschaarste, ongetwijfeld zeer nuttige maatregel. De resultaten hiervan waren echter nogal teleurstellend”. Anno 2013 zetten we landerijen plas dras om weidevogels door een droog voorjaar heen te helpen. Het werkt; d.w.z. er komen vogels op af, maar helpt het ook? Ik weet het niet, maar in elk geval: “Niets nieuws onder de zon”

Of laat “de Kievit” uit 1977, waarin Rinke Tolman twee conclusies uit een onderzoek van Klomp citeert, eens op je inwerken: “In de toekomst zal het oogsten van gras in een jong groeistadium zich sterk gaan uitbreiden. De enige mogelijkheid, welke ons voor het behoud van de weidevogels overblijft, is de instelling van reservaten waarin aan de graslandverbetering niet wordt gewerkt en de gebruikers t.a.v. beweiding en maaien aan voorwaarden zijn gebonden”. Let wel, het onderzoek werd gepubliceerd in 1951. Ik bedoel maar: "We kunnen niet zeggen dat we het niet hebben zien aankomen".

Anno 2013 krijgt Rob Bijslma de Edgar Doncker prijs. Ik beleefde het als een geweldige opsteker. Naast hetgeen het juryrapport over hem zegt (Zie: HIER) is hij ook de man die niet ophoudt anderen te wijzen op de schat aan kennis die in de wetenschappelijke literatuur zomaar voor het grijpen ligt. We hoeven het alleen maar te lezen en winnen op zijn minst tijd. En daarmee komt hij erg dicht in de buurt van Seneca (4 v. Chr. - 65 n. Chr.): "Wie de geschiedenis bestudeert en in de leer gaat bij oude denkers, krijgt er eeuwen bij. Het tempo van de tijd moet je bestrijden door het gebruik ervan". 

Einde 2013, dagen van storm, regen, zo nu en dan een opklaring en tijd voor reflectie. Met Leonie Breebaart (TROUW, 2013) verwonder ik me, bij het lezen van al dit oud papier, over het verschil tussen geld en waarde, over de kringloop van alle dingen en de wederopstanding van woorden, die aan papier zijn toevertrouwd.

Referenties:

  • Bijlsma, Rob M. Mijn roofvogels. Atlas, 2012.
  • Bos, Jan L. en van de Kam, Jan. Die vreemde vogels. Ploegsma, 1973 
  •  Breebaart, Leonie. Oud Papier, In: “alles van waarde”, bijlage bij TROUW 21-12-2013 
  • Seneca, Lucius A. De lengte van het leven. Vertaling: Hunnik, Vincent. Atheneum – Polak en van Gennep, 2012
  •  Tolman, Rinke. de Kievit, Een monografie van onze nationale vogel. Bosch & Keuning n.v., 1977.

vrijdag 20 december 2013

Blijven opletten buiten.


Bij de laatste wintervogeltelling Blokhoven werd het december maximum Grote zilverreigers alweer gebroken; elf vogels gingen er in de SOVON boekhouding. De toename lijkt daarmee nog niet ten einde. Het blijkt te bestaan: Een vogelsoort die het voor de wind gaat en niemand die er last van heeft. Over de vraag waar ze vandaan komen wordt veel geschreven (Zie: Artikel in LIMOSA). Alleen al door hun aantallen kunnen het niet allemaal Nederlandse broedvogels zijn. Lange poten bij grote vogels die de aandacht trekken; uitermate geschikt voor (kleur)ringonderzoek om dit raadsel op te lossen. Op 17 oktober trof ik zo’n vogel met kleurringen in de Steenwaard (Zie"Naar-het-zuiden" ) Ik kon juist de kleurcode thuisbrengen en de onderzoeker meldde dat het om YRGL ging; een vogel die op 14 mei 2012 werd geringd in Frankrijk en door “Kuilenburgse” vogelaars eerder werd gezien in september en oktober (Zie ook nieuwspagina van NVW Culemborg). Tot mijn frustratie lukte het niet om een foto te maken. Later wel !! Dat wil zeggen op 12 december fotografeerde ik deze Grote zilver met kleurringen in Blokhoven langs de Lekdijk tussen de Groene weg en fort Honswijk. Vandaag zag ik dezelfde vogel op dezelfde plaats:

12 december 2013 Blokhoven-Z; Grote zilverreiger ORGL

Nou kunnen kleurringen in de loop van jaren waden door modderig water behoorlijk verkleuren, maar dit oranje  kon m.i. bijna geen verkleurd geel zijn. Opnieuw e-post, nu met opnames, naar de onderzoeker. Ook deze zag er geen geel meer in. Het betrof, ORGL, geringd in dezelfde kolonie als YRGL maar een jaar later op 13 mei en op 6 juli jl. gezien in de Ooijpolder. En daarmee blijven we met de vraag zitten of er in deze contreien misschien twee vogels rondvliegen, met sterk gelijkende kleurringen, of dat we eerder niet goed hebben gekeken en iets dachten te zien wat anderen ook al zagen. Kijken blijkt niet hetzelfde als waarnemen te zijn. Altijd blijven opletten buiten !!

Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013


donderdag 12 december 2013

De mist aan flarden


Je mag van geluk spreken wanneer je, in een week vol dichte ochtendmist, op je vrije ochtend de zon de mist boven de polder aan flarden ziet scheuren.

zaterdag 7 december 2013

Gelukkig; geen drukte



07-12-2013 Jaarsveld; "Lekzicht"

Klokslag twaalf begint de klok met luiden. Een buurvrouw, in werkschort en met zaterdagse krulspelden in, stapt in haar voordeur. Ze buigt opzij, om het goed te kunnen zien. Haar blik, de klokken en een kleine stoet doen de kist uitgeleide, die op een open karretje de Lekdijk op wordt geduwd. Het kerkhof is dichtbij. Klein ook; slechts iets meer dan een uitstulping van het dijklichaam. We houden stil.

Of we toeristen zijn, vraagt de man waarin ik de koster meen te zien. We lopen hier vanwege een zeldzaam eendje en de rood-witte luiken van een adellijk dorp, dus dat zal wel kloppen. De overleden dorpsgenoot is op weg naar de hervormde begraafplaats, zo laat hij ons weten, en hoeft niet naar de algemene, in Lopik. Maar alle ingezetenen van dit dorp, die er geboren en getogen zijn, kunnen hier worden begraven. Hij wil maar zeggen: Dat ik goed moet begrijpen, dat dit van grote waarde is voor mensen die de tijd hebben gekregen om hier te aarden. Nog twee-en-zeventig kinderen op de christelijke basisschool. Uit veel minder gezinnen dan vroeger, dat wel. We moeten verder. De “koster” houdt gepaste afstand terwijl hij de laatste eer aan zijn dorpsgenoot bewijst. Een waterkoud windje draagt het “Onze Vader” over het dorp en de Lek.

07-12-2013 Jaarsveld; Witoogeend (woerd)

07-12-2013 Jaarsveld; Witoogeend (woerd)

07-12-2013 Jaarsveld; inderdaad, het is een duikeend.

Vogelaars lossen elkaar in rustig tempo af. De een heeft genoeg aan een korte blik, een volgende heeft wat meer tijd nodig voor een foto. En soms zijn we zelfs even alleen met dit dorp en haar vogel. Gelukkig, geen drukte in Jaarsveld.


07-12-2013 Jaarsveld, aan de Lek

Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013

TIP: klik op een foto voor grotere weergave tegen een donkere achtergrond

vrijdag 8 november 2013

Buit


Het is vannacht mistig geweest. Ergens daarboven probeert de zon langs onzichtbare wolken het grijs op te lichten. Ongemerkt voegt ze een beetje kleur toe. Vanaf de Uitweg ziet Blokhoven er prachtig uit: Zonder horizon, maar met silhouetten van hekken in de nevel. Langs de Wetering is de Wilg zijn top verloren. Vredig zou ik zeggen. Tegen de wijzers van de klok in trap ik de polder rond. Er waren opvallend veel Wintertalingen in de Steenwaard, en er kwam wat trek op gang van Veldleeuweriken, maar ik had meer verwacht, gehoopt in elk geval.
Een paar uur later wanneer vredig, via rustgevend, bijna ongemerkt, overgegaan is in saai sla ik rechtsaf het Wickenbrugshe pad op om een kijkje te gaan nemen bij een grote groep meeuwen. Er valt iets te halen op dit kortgeleden opnieuw ingezaaide perceel. Zou het de hoge waterstand zijn die eetbaar bodemleven naar de oppervlakte drijft? Een en al bedrijvigheid; foeragerende meeuwen. En dan tussen bijna tweeduizend donkerrode Kokmeeuwenpoten die ene met een glimp van een kleurring. Het zal wel jachtinstinct zijn: Je wilt die code lezen. Ook al sta je dwars op het perceel en ziet alleen nog maar de laatste letter. Je verwenst de hardloper die de groep de lucht in jaagt en prijst de dag omdat de vogel snel op bijna dezelfde plaats terug komt. Beter zichtbaar ook nu. Glorieus het moment waarop het dezelfde vogel blijkt die je eind september trof, bij de Rietplas. En dan ook nog een opname kunnen maken; buit om mee naar huis te nemen.

08-11-2013 Kanaaldijk-Zuid: Kokmeeuw met kleurring
08-11-2013: Trappelt wormen uit de grond.

08-11-2013: Ik heb de code !
08-11-2013: En weer onzichtbaar

Thuis: Een prachtig online meldpunt van Poolse onderzoekers. Je kunt er zelfs aangeven of andere melders jouw identiteit mogen zien. Per kerende post een helder pdf-je in je e-postbus: Op 5 mei 2012 geringd in het Zuid-oosten van Polen. Al vaker gezien in Houten, steeds bij de Rietplas, nu in het buitengebied.

21-09-2013 Rietplas: Echt, dezelfde Kokmeeuw
Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2013