Het gebeurt zo vanzelfsprekend dat het ongerijmde ervan vaak niet doordringt: Een Grutto op wacht op de kop van een heiningpaal, een Aalscholver op een lantaarnpaal boven de Rondweg, Spreeuwen en Mussen die nestelen onder dakpannen of zwaluwen die een nest onder dakgoot of hanenbalk kleien. Maar wonderlijk is het wel. De mens zet iets volstrekt onnatuurlijks neer en de natuur merkt het verschil niet met haar eigen werkelijkheid. Onze constructies refereren aan iets bekends en worden gewoon gebruikt.
In de andere omgeving van
een Waddeneiland viel deze ongerijmdheid me ineens wel op. Aan de Waddendijk
bij Krassekeet scharrelde een Oeverpieper. Een broedvogel van
noordelijke rotskusten en eilanden die overwintert aan onze kust. Nu hebben
wij een prachtige kust, maar natuurlijke rotsen kun je er niet aantreffen. De
geasfalteerde blokken op deltahoogte bieden kennelijk voldoende vervanging,
veiligheid en voedsel. Het zeegroen geverfde metaal op het gemaal vormde een
mooie omlijsting voor deze stoere pieper:
![]() |
04 november 2014 Waddendijk Krassekeet; Oeverpieper op gemaal. |
Zou de soort überhaupt nog
naar Nederland komen wanneer wij daar geen basalt en graniet naar toe zouden
hebben gesleept?
Op de dag van vertrek
stond er windkracht 7. Het vogelt dan beroerd; de meeste soorten
houden zich gedeisd en de optiek is moeilijk te hanteren. Maar aan de Mokbaai
vonden we een plek in de luwte met zicht op voedsel zoekende vogels die door het opkomend
tij voortgedreven werden en op een Slechtvalk op het platform van een baken in de baai. Steltlopers en eenden
modderden ongestoord onder hem door. Waar zou zó’n beest landen wanneer wij
zijn omgeving niet van een metalen rots zouden hebben voorzien? Nu zat hij er als
vanzelfsprekend en werd prachtig ingelijst door de heining van het platform:
![]() |
07 november 2014 Texel Mokbaai; Slechtvalk op baken. |
Alle teksten en foto's
©Sjerp M. Weima 2014