zaterdag 21 april 2012

Zoute polders

Uitzicht op het torentje van Groede in het noorden en op de watertoren van Oostburg in het zuiden. Een kilometer naar het oosten ligt het gehucht Scherpbier iets verder naar het westen Marolleput. Nooit geweten, dat Zeeuws Vlaanderen zo centraal ligt; ik bedoel: te midden van natuur, cultuur en historie. Een oud land is het, dat langzaam maar gestaag op de zee werd veroverd door schiere monniken (= cisterciƫnzers) , U weet wel, die van Schiermonnikoog. Oostburg lag aan zee en Kaedsant was een eiland waar in concentrische cirkels dijken om heen werden gelegd door illustere monniken als Willem van Saeftinghe. Je kunt dit landschap gelukkig nog lezen als je met aandacht over de immer kromme dijken rijdt.
Oude dijken omzoomd met Knotbomen,
waarvan sommigen het nodige hebben meegemaakt

De oude dijken verloren hun functie toen de zeearmen meer en meer werden gedicht en de zeeweringen recht getrokken. Om er toch nog profijt van te hebben werden ze beplant met wilgen en populieren, wat een geheel eigen uitzicht heeft geschapen. Veel worden er nu beheert door het Zeeuwse landschap of Natuurmonumenten. Arbeiders bouwden op de taluds hun kleine huisjes die nu voor verval worden behoed door mensen van buiten die er een vakantieverblijf van maken; zo ook het onze. Tegen de tijd dat ze in cultuur konden worden gebracht werden de natuurwaarden van de oude kreekresten erkend en zijn als enclaves in het landschap achtergebleven. En dat is misschien maar beter ook.

Want de boeren boeren hier intensief. Er wordt geploegd en geƫgd, nu worden er plantruggen voor de pootaardappelen gemaakt en de grond chemisch ontsmet. Daar is weinig plaats voor natuur. Of toch: Een groep Kneutjes zoekt voedsel tussen juist ontkiemend gewas. Er tussendoor racen de eerste Gele kwikstaarten.

Vlakbij ons vakantiehuisje ligt, “de Reep”, zo'n kreekrestant, waar Kluten broeden. Het gure weer is niet erg inspirerend maar de natuur laat zich niet stoppen. Enkele vogels zitten al op eieren ander zijn nog bezig om de paarband te versterken. Sommige rituelen herken ik van Gruttos’en Kieviten, maar wat dit paartje Kluten laat zien kan ik niet goed plaatsen. Tussen grijsbruine pollen zoeken  Wintertalingen modderend naar voedsel. Dit wordt even onderbroken  voor een soort groepsdans op het water.
Mij onbekend baltsritueel.

Schaarse vogels zijn er ook te vinden. Zo hangt een drietal Beflijsters zeker vijf dagen rond in de buurt van ons vakantiehuis. Maar foei, wat zijn die schuw. Zwartkopmeeuwen zijn voor Zeeuwen niet echt bijzonder meer, ik kan er nog wel enthousiast van worden. Ze doen me altijd weer aan Fiep Westendorp's weergave van "Karel met de manke poot" denken.

Zwartkopmeeuwen (achter) met Kokmeeuwen (voor)
Maar de grote held van de voorjaarsvakantie is toch deze Tjiftjaf. Vijf graden Celsius en een snoeiharde wind, maar hij ziet kans om op een Sleedoorntak bij mij toch iets van lente naar binnen te zingen:

En laat nu juist deze week een besluit over het ontpolderen van Hedwighe zijn gevallen; of toch weer niet. En heb je nog iets van de discussies daarover gemerkt Sjerp?  Ik ving een conversatie op tussen twee Zeeuwse vogelaars: “Zeg, ik zie overal stickers op auto’s met “Ontpolderen? Nee!”. “Mooi toch dat we in een vrij land leven”. ”Maar eh.., zou jij een sticker op je auto durven plakken met “Ontpolderen? Ja!”?”. Het antwoord laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. “Nou mooi niet, heb ik er gelijk een deuk in.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen