zondag 10 juni 2012

Ruigte en een beetje riet

In TROUW stond afgelopen donderdag een artikel dat me trof: “Oudere boer let meer op duurzaamheid dan jongere”. De resultaten van een promotieonderzoek geven aan dat oudere boeren (rond 55 jaar) meer boeren met het oog op wat goed is voor mensen, bodem en biodiversiteit, en dat de jongere (gemiddeld 33 jaar) meer gaan voor de winst. Nou kun je natuurlijk hopen, dat die jonge boeren anders zullen gaan boeren wanneer ze ouder worden, maar het kan evengoed zijn dat dit niet gebeurt en, dat als die oudere agrariërs stoppen met boeren, er steeds minder op duurzaamheid gelet zal worden. Laat ik me hier beperken tot wat daarvan het effect zal zijn op biodiversiteit en die modekreet gewoon uitleggen als: "Dat wat er behalve het gewas in al haar verschijningsvormen leeft op het boerenland". Dus bodemleven, kriebelpoten, fladderaars, planten, priksnavels, kromsnavels, zwartrokken, pluimstaarten en andere creaturen die het platteland laten leven. Daar kan ik kort over zijn: dan gaat het gewoon door wat we nu onder onze ogen zien gebeuren; dan gaat de Grutto de Veldleeuwerik achterna en zullen Kievit en Scholekster spoedig volgen. Ik hoop natuurlijk dat het nieuwe GLB (= gemeenschappelijke landbouw beleid) van de EU en de daarin benoemde EFA’s (= Ecological Focus Area’s) het tij zullen keren. Maar kijk eens naar de uitwerking? Melkveehouderijen blijven buiten schot en hoeven alleen maar hun product subsidies (= directe inkomenssteun) te incasseren. En de invulling van die EFA’s is dermate vaag dat het altijd wel zal passen in de reguliere bedrijfsvoering en geen effect zal hebben op de achteruitgang van biodiversiteit. Wanneer wordt de agrarische sector eens echt voor de keuze gesteld?:
  1. Boeren zonder (directe of indirecte) productsubsidies, het vrij gekomen geld én bijbehorende grond overhevelen naar natuur. En dat laatste dan wel op fietsafstand graag en gewoon op voormalige landbouwgrond midden tussen het boerenland.
  2. Kiezen voor biodiversiteit (zie hierboven voor wat ik daar mee bedoel) in het boerenland, daar voldoende oppervlakte voor ter beschikking stellen en EU geld voor gebruiken.
De eerste keuze hoeft overigens niet beroerd uit te pakken voor de natuur en de mens die daarvan kan genieten. Kijk maar eens wat er gebeurt wanneer je boerenland aan haar lot overlaat en vernat; de natuur grijpt onmiddellijk haar kans. Op de drogere stukken zullen prachtige speerdistels  opschieten die, nog nauwelijks uitgebloeid, door Putters ontdekt zullen worden om er van de zaden te komen genieten (TIP: Klik op de foto's voor een grotere weergave tegen donkere achtergrond):

Voorheen "Distelvink"
Als de wilgenstruiken voldoende boven de ruigte met lisdodde en brandnetels uit steken zal de Bosrietzanger verschijnen; een onooglijk bruingroen vogeltje dat fantastisch kan zingen en zo ongeveer alles na kan doen dat geluid maakt. Pas hoorde ik er een die perfect Kool-  én Pimpelmees imiteerde. Individuele vogels van deze soort lijken te verschillen van karakter, sommige blijven in de dichte ruigte onzichtbaar andere laten zich met wat geduld zelfs fotograferen:

Bosrietzanger
In de natste stukken zou heel goed ook de zang van een Blauwborst kunnen gaan klinken. Neem de tijd en voldoende afstand en hij zal zijn favoriete zangpost weer opzoeken:

Blauwborst

Ik wil maar zeggen, je hoeft niet voor de tweede optie te kiezen, want je kunt het niet vol blijven houden dat boerennatuur de enige natuur is die de EU- (c.q. belasting-) gelden waard is. Maar maak in elk geval een echte keuze.
Nog een andere interessante uitkomst van dit onderzoek: “Geen van de geïnterviewde boeren trok zich veel aan van zijn omgeving, de mening van familie, collega’s of publieke opinie”. Dat lot zal dan ook dit blogje wel ten deel vallen.
 Alle teksten en foto's ©Sjerp M. Weima 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen