woensdag 2 maart 2011

Stille uittocht

Vogels kunnen sneller reageren op veranderingen dan kruipend en lopend gedierte; ze kunnen vliegen! Hebben ze eenmaal hun succesformule ontdekt dan veroveren ze in een vlot tempo onze wereld.
1948: nieuw in Nederland Turkse tortelduif.
Turkse tortelduiven tref je nu overal aan waar graanresten te vinden zijn: bij van der Gorp in de Heul, op de maiskuil, in stallen of wanneer de vogelliefhebber te uitbundig voor zijn tuinvogels heeft gestrooid. En dan te bedenken dat er tot 1900 geen Turkse tortels in Europa voorkwamen en in 1948 voor het eerst in Nederland werd gebroed *). Wat is er in zo’n vogelgestel of onze omgeving veranderd dat deze tortel zicht zo wist te vermeerderen? Er zijn meer voorbeelden van wereldveroveraars. Vanaf 1936 gebruiken Bonte vliegenvangers Nederlandse nestkastjes *). Kuifeenden waren vroeger zeldzaam en broeden nu langs de poldersloten van Blokhoven. Je treft ze zelfs in parkvijvers omdat hun voornaamste voedselbron, “exotische” driehoeksmosselen, hier nu in overmaat voorkomt. Deze soorten kwamen geheel op eigen kracht naar ons land.
Kuifeenden broeden langs de sloten van polder Bokkhoven 
Andere vogels als Fazanten, Nijlganzen en Halsbandparkieten werden een flink stuk door ons op weg geholpen. Maar ook bij hen ging vaak een lang inburgeringstraject vooraf aan uitbreiding van de populatie. In Engeland vlogen Nijlganzen al in de negentienvijftiger jaren vrij rond, op 14 juli 1991 zag ik ze voor het eerst in de Honswijkerwaarden; een aanwinst voor mijn soortenlijst.
Er zijn mensen die zich opwinden over zulke nieuwkomers. De tortels koeren te vroeg en te hard in onze dakgoten en houden ons uit de slaap. De ingevlogen Bonte vliegenvangers pikken soms de voor onze koolmezen bedoelde nestkasten in en Nijlganzen gedragen zich agressief naar andere soorten en krijgen de schuld van de achteruitgang van de weidevogels.
Eerlijk gezegd, denk ik dat we ons beter druk kunnen maken om de soorten die ondertussen stilletjes verdwijnen uit Nederland. Daar zijn opvallend veel boerenlandvogels bij als Zomertortel, Grauwe gors, Ortolaan, Veldleeuwerik, Watersnip, Kemphaan en wellicht straks Grutto. Zij hebben zich niet kunnen aanpassen aan de snel moderniserende landbouw. Wie maakt zich daar druk over? Alleen van de Grutto-redding wordt echt werk gemaakt.

Maar het is niet de schuld van de “luidruchtige” nieuwkomers dat de bescheiden, onopvallend kleurrijke, onaangepaste vogelsoorten uit onze boerennatuur dreigen te verdwijnen. Het is denk ik net als met de democratisch gekozen overheden van onze samenleving; we krijgen de natuur die we verdienen.
*) Gegevens uit: "Die vreemde vogel" door Jan Bos en Jan van de Kam, 1973, Ploegsma Amsterdam, alleen nog in het antiquariaat te krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen